Geblunder bij interpretatie woekerpolisuitspraak Europees Hof

De woekerpolisuitspraak van het Europese Hof is veel positiever voor verzekerden dan veel media en Nationale Nederlanden melden. Een cruciale passage blijkt verkeerd in het Nederlands te zijn vertaald.

De Nederlandse vertaling van de woekerpolisuitspraak van het Europese Hof van vandaag is onjuist. De termen ‘verzekeraar’ en ‘verzekeringnemer’ zijn door elkaar gehaald, waardoor een verkeerd idee kan ontstaan van de strekking van de uitspraak.

Nationale Nederlanden claimt in een persbericht het volgende: ‘Europese Hof bevestigt het standpunt van Nationale-Nederlanden dat, naast de door de Europese richtlijn voorgeschreven informatieverplichtingen, alleen aanvullende informatieverplichtingen mogen worden aangenomen als die duidelijk en nauwkeurig in het nationale recht zijn omschreven en voorspelbaar zijn.’

Maar dat zegt het Hof niet. Lees maar:

‘Consequently, the answer to the first question is that Article 31(3) of the third life assurance directive must be interpreted as not precluding an insurance company, on the basis of general principles of domestic law such as the ‘open and/or unwritten rules’ at issue in the main proceedings, from being required to send to policyholders certain information additional to that listed in Annex II to that directive, provided that the information required is clear, accurate and necessary for the policyholder to understand the essential characteristics of the commitment and that it ensures a sufficient level of legal certainty, which it is for the referring court to ascertain.’

Nederlandse vertaling klopt niet

In de Nederlandse vertaling is ‘insurance company’ en ‘policyholders’ omgedraaid:

‘Op de eerste vraag moet bijgevolg worden geantwoord dat artikel 31, lid 3, van de derde levensrichtlijn aldus moet worden uitgelegd dat het niet eraan in de weg staat dat een verzekeringnemer op grond van algemene beginselen van intern recht, zoals de in het hoofdgeding aan de orde zijnde „open en/of ongeschreven regels”, gehouden is de verzekeraar bepaalde informatie te verstrekken in aanvulling op die vermeld in bijlage II bij die richtlijn, mits – het is aan de verwijzende rechterlijke instantie om dit te verifiëren – de verlangde informatie duidelijk en nauwkeurig is en noodzakelijk voor een goed begrip door de verzekeringnemer van de wezenlijke bestanddelen van de verbintenis en zij voldoende rechtszekerheid waarborgt.’

Het Hof zegt niet dat op basis van open en/of ongeschreven regels ‘alleen aanvullende informatieverplichtingen mogen worden aangenomen als die duidelijk en nauwkeurig in het nationale recht zijn omschreven en voorspelbaar zijn‘, zoals NN stelt.

Er staat dat er wél een aanvullende informatieverplichting kan bestaan op basis van (nationale) open normen, mits die normen verplichten tot informatie die ‘duidelijk en nauwkeurig is en noodzakelijk voor een goed begrip door de verzekeringnemer van de wezenlijke bestanddelen van de verbintenis en zij voldoende rechtszekerheid waarborgt’.

Geen eisen aan open normen

Met andere woorden: het Hof stelt geen eisen aan de open normen – zoals NN zegt – maar aan de informatie van de verzekeraar aan de verzekeringnemer. Dat is ook veel logischer: het is immers een kenmerk van open normen dat ze open zijn. Als open normen voorspelbaar moeten zijn, zijn het geen open normen meer.

Conclusie is dat de interpretatie van Nationale Nederlanden feitelijk onjuist is. De uitspraak is veel positiever dan de verzekeraar en veel media doen voorkomen.

Bron: Jan-Hein Strop FTM