Crashrisico

Er zijn voor de woekerpolisaffaire een aantal zaken aan te wijzen die van grote invloed zijn geweest. Naast de hoge en verborgen kosten die verzekeraars in rekening hebben gebracht bij hun klanten zijn er nog een aantal oorzaken. Een van deze oorzaken is het zogenoemde crashrisico.

Bij het crashrisico wordt het gemiddelde rendement behaald door de beleggingsfondsen en soms wordt er zelfs een hoger gemiddeld rendement behaald, maar toch blijft de uitgekeerde soms ver achter bij het beoogde eindvermogen. Voor vele gedupeerden is dit zeer moeilijk te begrijpen. Immers, er is een hoger gemiddeld rendement behaald dan was begroot en toch blijft het eindvermogen ver onder het doelvermogen. Om dit te begrijpen staat het woord “gemiddeld” centraal en is een vergelijking met een boete voor te hard rijden een hulpstuk om dit te begrijpen. Er moet een verschil worden gemaakt tussen het daadwerkelijke rendement en het gemiddelde rendement. Hoewel het gemiddelde rendement een positief beeld laat zien is het uiteindelijk het daadwerkelijke rendement wat bepaald of het doelvermogen wordt behaald.

Een voorbeeld ter verduidelijking. Een auto rijdt op een snelweg 100 kilometer lang gemiddeld 100 kilometer per uur. Na drie maanden ligt er een boete op de deurmat voor het overschrijden van de maximumsnelheid met 50 kilometer per uur. Dat klinkt in eerste instantie onlogisch omdat er keurig gemiddeld 100 kilometer per uur is gereden over 100 kilometer. Toch is het ook in deze situatie goed mogelijk dat er een boete wordt uitgedeeld. Tijdens de eerste 50 kilometer is namelijk 50 kilometer per uur gereden en tijdens de tweede 50 kilometer is er maar liefst 150 kilometer per uur gereden. Gemiddeld komt de snelheid dan ook uit op 100 kilometer per uur maar van belang voor het uitschrijven van de boete is niet de gemiddelde snelheid over het volledige traject maar de overschrijding van de maximumsnelheid tijdens de tweede vijftig kilometer.

Dit voorbeeld  kan verhelderen waarom bij het behalen van het begrootte koersrendement toch het doelvermogen niet is behaald. Wanneer er sprake is van een woekerpolis met een looptijd van twintig jaar kan er een tijd lang een hoger rendement worden behaald dan gemiddeld is begroot. Het gaat op dat moment voorspoedig met de beurs en het rendement van de beleggingsfondsen is beter dan het gemiddelde begrootte rendement.

Toch kan zich kort voor het einde van de looptijd van de woekerpolis een zeer vervelende gebeurtenis voordoen: een beurscrash. Bij een beurscrash gaat de beurs in korte tijd onderuit. De aandelenkoersen gaan omlaag en de beursfondsen maken flinke verliezen. Normaal gesproken herstellen beurzen zich dan na verloop van tijd weer. Zeer vervelend is het daarom als zo een crash zich voordoet vlak voor het verstrijken van de looptijd van de woekerpolis. Dan heeft de beleggingsverzekering immers niet meer de mogelijkheid om zich te herstellen en zal aan het einde van de looptijd het doelvermogen bij lange na niet worden behaald terwijl het gemiddelde rendement toch hoger is dan het begrootte gemiddelde rendement. Het moge duidelijk zijn dat het crashrisico een zeer slechte zaak is voor houders van woekerpolissen. Enerzijds worden er hoge kosten berekend over de woekerpolissen en anderzijds bestaat het reële van een beurscrash waardoor het doelvermogen niet kan worden behaald, waarna de beurs zich kan herstellen.